16-10-2017

Reële tarieven in de Wmo?

Met de invoering van de AMvB ‘reële prijs’ en een loonschaal speciaal voor huishoudelijke hulpen, lijkt de druk op tarieven en arbeidsvoorwaarden in de Wmo af te nemen. Of toch niet? Roy Smeets, business consultant bij Assist: “De kaders zijn dan wel aangescherpt, toch blijft het onzeker in hoeverre gemeenten de kostprijs van zorgaanbieders zullen verrekenen in hun tariefstelling. En zonder financiële compensatie vanuit de overheid, zullen nieuwe knelpunten ontstaan.”

De financiering van hulp bij het huishouden staat al jaren onder druk. Tal van zorgaanbieders weten het product niet rendabel te organiseren. “In de beginjaren van de Wmo werd gemeenten vooral het gebrek aan zorgkennis verweten, terwijl zorgaanbieders weinig kaas hadden gegeten van aanbestedingstrajecten. In de tien jaren die volgden blijken we met z’n allen nauwelijks vooruitgang te hebben geboekt. Het kennisniveau van gemeenten en zorgaanbieders mag dan wel op peil zijn, de hulp bij het huishouden verkeert echter nog steeds in zwaar weer. Wijzen met een beschuldigende vinger is daarbij niet eerlijk. Waar twee kijven, hebben beiden schuld.”

Een prijzencircus

Zo stuurt de overheid op zelfredzaamheid, maar blijft een verruiming van het financiële kader uit. “Sterker nog, in 2015 kortte de overheid het beschikbare budget met 40%”, aldus Smeets. “Ook op gemeentelijk niveau wordt de hand op de knip gehouden. Te veel nadruk is daardoor komen te liggen op ‘prijs’ in plaats van ‘kwaliteit’.” Veel zorgaanbieders zagen zich genoodzaakt de hulp bij het huishouden af te stoten. Anderen accepteerden verlies of compenseerden dit verlies met andere productgelden. “Van marktwerking is nooit sprake geweest. We hebben elkaar al die tijd voor de gek gehouden, met een enorme tariefdruk als gevolg.”

Kleur bekennen

Met het wettelijk verankeren van de AMvB lijkt een oplossing te zijn gevonden. “Werken met kostprijzen is voor een groot aantal gemeenten en zorgaanbieders echter geen dagelijkse kost. Het vergt inzicht in de bedrijfsvoering en bereidheid om hier met elkaar over in gesprek te treden. En dan nog kunnen gemeenten en zorgaanbieders lijnrecht tegenover elkaar komen te staan in de discussie over een reëel tarief. Laten we deze herziene marktwerking daarom niet te rooskleurig benaderen, maar beschouwen als een eerste stap voorwaarts.”

Nieuwe knelpunten

Ook de nieuwe loonschaal is een stap in de goede richting. De arbeidsvoorwaarden voor huishoudelijke hulpen gaan er immers op vooruit. Smeets beaamt dit, maar plaatst een kanttekening. “Als deze directe kostenstijging vanuit het huidige financiële kader dient te worden gefinancierd, dan is een vermindering van het aantal uren ondersteuning de enige optie. Dit zal de kwaliteit alsook de beschikbaarheid van werk niet ten goede komen. Bovendien geldt de loonschaal alleen voor nieuwe aanbestedingen, wat tot rechtsongelijkheid onder medewerkers en extra administratie zal leiden.”

Smeets kijkt uit naar het moment waarop ‘kosten’ kunnen worden benaderd als een gegeven en de dialoog tussen gemeenten en zorgaanbieders over de inhoud gaat. “Om dit mogelijk te maken, moeten we er nu met z’n allen de schouders onder zetten.”