24-10-2016

Transformatie in de knel

Juist in een markt die zich nog volop dient te ontwikkelen zouden gemeenten afstand moeten nemen van aanbestedingen die gestoeld zijn op een oude leest. Dergelijke aanbestedingen staan ontschotting en vernieuwing enkel in de weg. Zorgaanbieders dienen bovendien positie te kiezen. Een positie die bijdraagt aan het welbevinden van burgers en gemeenten ondersteunt bij hun opdracht.

Gemeenten aan zet

In het kader van de ‘participatiemaatschappij’ sturen gemeenten op de eigen kracht van burgers en een besparing in kosten. In de voorbije jaren zijn zorgaanbieders daardoor geconfronteerd met een enorme druk op volume en tarieven. En waar innovatie is gepredikt, daar is men in het merendeel van de gemeenten op oude voet verder gegaan. “Het ontbreekt veel gemeenten simpelweg aan visie. Om maatschappelijke problemen te voorkomen, handhaven zij hun regierol en zetten zij oud beleid voort. Beleid dat geënt is op een groot aantal producten, een tarief per uur en een verkokerd aanbod. Prikkels om het echt anders te doen blijven uit.” Aldus Roy Smeets, conceptmanager bij Assist. “Wil de Wmo slagen, dan dienen gemeenten een stap terug te doen en de regie in handen van zorgaanbieders te leggen. Bijvoorbeeld door het toepassen van resultaat- of lumpsumfinanciering. Niet alleen vermindert dit de regeldruk, ook stelt het zorgaanbieders in staat om maatwerk te leveren. Zij kennen de burger en zijn ondersteuningsvraag immers als geen ander.”

Verantwoordelijk nemen

Op basis van hun ervaring en expertise zouden zorgaanbieders het voortouw moeten nemen bij de inrichting van de Wmo. Zij lijken zich echter te verstoppen achter het beleid van gemeenten en handelen veelal reactief. “Gedreven door eigen belangen, sturen zorgaanbieders nog steeds op productie en behoud van omzet. De bereidheid om te investeren in de eigen kracht van burgers is derhalve beperkt. Om de Wmo succesvol te maken, dienen zorgaanbieders verantwoordelijkheid te nemen en hun beleid af te stemmen op de daadwerkelijke behoefte van de markt. Zij dienen zich te positioneren als ondersteuners, die burgers en hun netwerk tijdelijk van hulp voorzien en zichzelf zo snel mogelijk misbaar maken. Het gebruik van bestaande (collectieve) voorzieningen en samenwerking in de wijk is daarbij het devies. Schieten de eigen mogelijkheden van burgers en hun netwerk tekort, dan dienen zorgaanbieders nadere invulling te geven aan de ondersteuningsvraag. Het resultaat is heilig.”